Afkoelingsperiode vormt bedreiging voor eigendomsvoorbehoud
24 apr 2009 - Bij een faillissement proberen meerdere partijen, zoals leveranciers met onbetaalde vorderingen en de fiscus, betaling af te dwingen. Zelden worden alle schuldeisers betaald; de zogenaamde recoveryratio bedraagt voor de concurrente schuldeisers gemiddeld niet meer dan 4%. De curator zal trachten een zo groot mogelijke boedel te creëren om alle schuldeisers te kunnen betalen. Individuele schuldeisers proberen hun verlies te beperken door gebruik te maken van mogelijkheden die de wet biedt.
Afkoelingsperiode
Leveranciers hebben wettelijk gezien de mogelijkheid hun positie te verbeteren wanneer de wederpartij failliet gaat. De leverancier kan met de afnemer overeenkomen dat aan de leverancier een eigendomsvoorbehoud toekomt. De leverancier houdt dan het eigendom van de geleverde zaken, totdat de afnemer de overeengekomen prestatie heeft verricht. Leveranciers die hun geld niet hebben ontvangen, zullen in een faillissement trachten de door hun geleverde zaken terug te halen. Zij kunnen echter geconfronteerd worden met een afkoelingsperiode. Dit is een wettelijk geregelde periode met een maximum van vier maanden die de rechter-commissaris of de rechtbank instelt met als doel de curator tijd te geven om te inventariseren welke goederen tot de boedel behoren en te bekijken welke goederen hij voor de boedel wil behouden, in verband met een mogelijke voortzetting of verkoop van het bedrijf. In deze periode worden de rechten van schuldeisers enige tijd opgeschort. De afkoelingsperiode kan betrekking hebben op goederen die tot de boedel behoren maar ook op goederen die zich bij de gefailleerde of curator bevinden. Dit betekent dat de rechten van schuldeisers, zoals een eigendomsvoorbehoud, niet kunnen worden uitgeoefend tijdens de afkoelingsperiode, behoudens met een machtiging van de rechter-commissaris. Echter, deze machtiging wordt niet snel gegeven.
Bodembeslag
Tijdens de afkoelingsperiode kunnen schuldeisers het goed niet opeisen waardoor de goederen op 'de bodem' van gefailleerde blijven. Hiermee wordt het perceel of het gedeelte van een perceel bedoeld dat gefailleerde, onafhankelijk van anderen, in gebruik heeft. Heeft de gefailleerde belastingschulden, dan kan de fiscus tijdens de afkoelingsperiode bodembeslag leggen op goederen van derden die zich op de bodem van gefailleerde bevinden en die als bodemzaken kunnen worden aangemerkt. Bodemzaken zijn zaken die zich voor langdurig gebruik in de bedrijfsruimte van gefailleerde bevinden, zoals inventaris. Voorraden worden niet als bodemzaken aangemerkt. Alleen wanneer de eigenaar van de goederen het reële eigendom kan aantonen, zal de fiscus het eigendom respecteren. Er is sprake van reëel eigendom indien de goederen juridisch eigendom zijn van de leverancier en de leverancier de economische risico's van de goederen draagt. Een eigendomsvoorbehoud wordt doorgaans niet gekwalificeerd als reëel eigendom. Na de afkoelingsperiode kan de fiscus goederen (van derden) verkopen, terwijl de eigenaar met lege handen achterblijft.
Wat te doen?
Het was niet de bedoeling van de wetgever om een voorrangspositie voor de fiscus te creëren. Er is een juridische mogelijkheid om op te komen tegen het bodembeslag. De leverancier moet zijn rechten zo spoedig mogelijk kenbaar maken. Indien de eigenaar van de goederen tijdens de afkoelingsperiode bij deurwaardersexploot aanspraak maakt op afgifte van de goederen, kan een later gelegd bodembeslag niet aan hem worden tegengeworpen. Het is belangrijk alert te zijn of een afkoelingsperiode is afgekondigd. Zo niet, verwijder dan de goederen zo snel mogelijk van de bodem van gefailleerde. In het andere geval kan het uitbrengen van een deurwaardersexploot uitkomst bieden.
Meer informatie
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Marianne van der Lelie van Holland Van Gijzen in Eindhoven, telefoon 040 262 65 36.