Einde directe zeggenschap in pensioenfondsen?
Enige tijd geleden verschenen de rapporten “Pensioen: Onzekere zekerheid” en “Een tweede sterke pijler: naar een toekomstbestendig stelsel van aanvullende pensioenen van de Commissie Frijns en de Commissie Goudswaard. De conclusies in deze rapporten zijn niet mals. Met name ten aanzien van de deskundigheid van pensioenfondsbesturen is de discussie in de vakliteratuur en de media al volop losgebarsten. In dit artikel bespreken wij de rapporten van de Commissie Frijns en Goudswaard om vervolgens antwoord te geven op de vraag of deze rapporten het einde betekent voor directe zeggenschap van werkgever, werknemers (en gepensioneerden) in het pensioenfonds.
Commissie Frijns
De Commissie Frijns heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop het beleggingsbeleid, het risicobeheer, de uitvoering en governance van pensioenfondsen zich sinds 1990 heeft ontwikkeld in relatie tot de doelstelling en het risicodraagvlak van pensioenfondsen. De Commissie heeft voorts het beleggingsbeleid en het risicobeheer van een aantal Nederlandse pensioenfondsen geanalyseerd. De Commissie heeft onder andere geconcludeerd dat pensioenfondsen structureel te weinig aandacht hebben voor risicobeleid en uitvoering van beleggingsbeleid en dat het governance-model van pensioenfondsen verbetering behoeft.
Commissie Goudswaard
De Commissie Goudswaard heeft onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van het Nederlandse pensioenstelsel in de tweede pijler. Het pensioenstelsel in de tweede pijler bestaat uit de pensioenvoorzieningen die de werkgevers aan hun werknemers aanbieden. De Commissie heeft oplossingen voorgesteld die het stelsel beter bestand maken tegen financiële schokken in het licht van de vergrijzing. De Commissie heeft onder andere geconcludeerd dat het pensioenstelsel onvoldoende toekomstbestendig is en dat een nieuw evenwicht moet worden ontwikkeld tussen ambitie, de zekerheid en de kosten van het pensioen.
Wat betekent dit voor de directe zeggenschap in pensioenfondsen?
Momenteel is een pensioenfondsbestuur samengesteld uit vertegenwoordigers van de werkgever, werknemers (en gepensioneerden). Gaat dit veranderen na het verschijnen van de rapporten Frijns en Goudswaard?
Kijkend naar het rapport van de Commissie Frijns is duidelijk dat pensioenfondsen meer aandacht moeten hebben voor risicobeheer op het gebied van beleggingsbeleid. In de media is al gesuggereerd dat een beleggingsdeskundige onderdeel zou moeten uitmaken van het bestuur. Deze visie is opvallend omdat de meeste pensioenfondsen een beleggingscommissie kennen, waarin, naast bestuursleden, al één of meerdere beleggingsdeskundigen zitten. Deze commissies bereiden veelal de door het bestuur te nemen besluiten voor. Feitelijk bemoeit een beleggingsdeskundige zich dus al met het beleggingsbeleid en het risicobeheer. Of het opnemen van een dergelijke deskundige in het bestuur van het pensioenfonds dé oplossing is, betwijfelen wij dan ook ten zeerste.
De Nederlandsche Bank pleit zelfs voor een pensioenbestuur dat uitsluitend uit deskundigen bestaat. DNB heeft onlangs uitgesproken dat het aantal pensioenfondsen van 600 moet worden teruggebracht naar 100, zodat het makkelijker is om deskundigen voor het bestuur te vinden. Wij kunnen ons hierin niet vinden. Naast het feit dat deze reden niet genoeg is om het aantal pensioenfondsen terug te dringen, betekent dit bovendien ook een groot verlies voor medezeggenschap door werkgever en werknemers en bovendien hebben de deskundigen geen enkele betrokkenheid bij het bedrijf of bedrijfstak.
Als we kijken naar de aanbevelingen van de Commissie Goudswaard, dan is het juist wenselijk dat de risicodragers van het pensioenfonds (werkgever, werknemers en gepensioneerden) in het bestuur vertegenwoordigd zijn. Deze partijen willen uiteraard graag meebeslissen over waar welke risico’s worden neergelegd. Anderzijds vereisen de aanbevelingen van de Commissie Goudswaard ook een grote deskundigheid van pensioenfondsbestuurders. Pensioenregelingen worden steeds ingewikkelder, zodat ook steeds meer een beroep moet worden gedaan op de deskundigheid van het bestuur. Dit geldt met name ook voor de communicatie aan de deelnemers over hun pensioen.
Wij pleiten dan ook voor behoud van een bestuur bestaande uit vertegenwoordigers van de werkgever en werknemers (en gepensioneerden). Deze dienen dan wel goed voor deze taak te worden beloond, zodat ook eisen aan de bestuurders gesteld kunnen worden. Mocht toch gekozen worden voor een bestuur bestaande uit deskundigen, dan dient ons inziens medezeggenschap door werkgever en werknemers te worden behouden door een Raad van Commissarissen te vormen. Deze Raad moet dan wel tanden krijgen, door ze bijvoorbeeld het recht te geven om besluiten af te keuren of het bestuur naar huis te sturen via een verzoek aan de Ondernemingskamer. Dit is dan meteen de oplossing voor de stapeling van pensioenfondsorganen. Het verantwoordingsorgaan en de deelnemersraad kunnen dan komen te vervallen.
Wij ondersteunen pensioenfondsen bij de afwegingen en het maken van keuzes voor een passende inrichting van goed pensioenfondsbestuur.