Het EG-verdrag stelt grenzen aan de bevoegdheid van de overheid, inclusief de toezichthouders, om marktregulerend of marktverstorend op te treden. Regelgeving en besluiten waartegen op grond van het nationale recht niet veel meer te ondernemen valt, kunnen vaak met een beroep op het EG-verdrag alsnog effectief worden bestreden.
Het Europese recht maakt daarom een integraal onderdeel uit van de praktijk van de sectie. Het gaat daarbij in het bijzonder om:
de regels inzake het vrije verkeer van goederen, diensten, vestigingen, personen en kapitaal;
ook de Europese aanbestedings- en staatssteunregels zijn niet meer weg te denken uit de Nederlandse rechtspraktijk.